‘Bestaat over 20 jaar het openbaar vervoer niet meer?’

‘Bestaat over 20 jaar het openbaar vervoer niet meer?’

bart van moorstelNederland telt 4.700 stads- en steekbussen in het openbaar vervoer. Drie procent daarvan, 142 bussen, is op dit moment elektrisch. Bart van Moorsel, namens het CDA lid van de Provinciale Staten Overijssel, verwacht dat pas in 2030 het openbaar vervoer volledig elektrisch is. Hij zou er ook niet gek van opkijken dat deze wereld tegen die tijd volledig op zijn kop gaat.
 

Waarom pas in 2030?

 
“Wij zijn als provincie verantwoordelijk voor het openbaar vervoer. Het beeld is nu dat in 2030 alleen nog maar elektrische bussen rondrijden. En dat vanaf 2025 alleen nog maar elektrische bussen worden aangeschaft. Ook in die sector heeft men te maken met het feit dat een bus een technische en economische levensduur heeft. Het zou onverantwoord zijn om bussen die nog niet afgeschreven zijn nu te vervangen door andere voertuigen. Het moet wel betaald worden door de gemeenschap. Ik ga ervan uit dat bussen zo’n 20 jaar meegaan. En dat ze na twaalf jaar economisch worden afgeschreven. De levensduur van bussen is tegenwoordig langer dan vroeger, waardoor de vervangingstijd langer is. Nieuwe ontwikkelingen kun je dus minder gemakkelijk introduceren. Het punt is dat de provincie Overijssel jaarlijks 70 miljoen euro betaalt aan openbaar vervoer. En dan nog gaan de kosten harder dan de opbrengsten. En de wensen van het publiek gaan vaak verder dan wij kunnen of willen realiseren. Het openbaar vervoer werkt met ontzettend smalle marges voor de opdrachtgever. Als je iets extra’s wilt voor de reizigers, dan gaat dat altijd ten koste van iets anders, bijvoorbeeld dat de frequentie van de bus naar beneden moet. Of dat je een buslijn moet opheffen.” 
 

Alle wensen hebben effect op het budget en de frequentie?

“Ja. Reizigers zouden het normaal vinden als er wifi in de bus beschikbaar  is of dat bij elke halte een schermpje met reisinfo hangt. En dat de bus toegankelijk is voor minder validen. Het openbaar vervoer wordt dus geconfronteerd met verschillende eisen. Daarvan is elektrisch er één.  Je moet er toch naar streven dat in te passen in het normale ritme van vervanging. Dat is de rol van de provincie. Wij kunnen bij de volgende concessies die voor 2020 gepland staan onze wensen uiten waar welke bussen moeten rijden én eisen stellen aan het
materieel. “ 
 

Dat gaat gebeuren?

“Ik verwacht dat wij dan zeker ook eisen gaan stellen over de inzet van elektrische bussen. De busmaatschappijen zullen er alles aan doen diensten en service aan te bieden zodat ze zoveel mogelijk passagiers krijgen. Maar ook het personeel goed opleiden, zodat ze vriendelijk zijn voor hun klanten. Het zou ook kunnen zijn dat maatschappijen zich willen profileren met elektrische bussen. Kort geleden bleek uit onderzoek dat de lucht in een dieselbus slechter is dan in een dieselauto.  Kennelijk zit er ook een gezondheidsaspect aan. Dat zou zo maar eens maatschappelijk een hogere prioriteit kunnen krijgen. Zodat busmaatschappijen zich gedwongen voelen de stap eerder naar elektrisch te zetten.”  
 

Ziet u toekomst voor autonoom vervoer?

“Als je kijkt naar de toekomst van het openbaar vervoer zijn er twee trends die de komende 10 jaar de discussies gaan beheersen: duurzaam vervoer, al dan niet met elektriciteit of waterstof. En in de tweede plaats het zogeheten vraaggestuurde openbaar vervoer. Nu is het zo dat je bij een bushalte gaat staan en wacht totdat de bus komt en de bus rijdt een parcours, maar er is geen garantie dat de bus altijd passagiers heeft. Terwijl elders in de stad misschien mensen vervoerd hadden willen worden. Maar daar komt geen bus voorbij. De eerste experimenten zijn al gaande waarbij je via je telefoon aangeeft dat je vervoerd wilt worden, wat jouw route is en hoe snel dat moet gebeuren. Met die wensen van de klant en een rekensysteem wordt gezocht naar de  optimale dienstverlening. Daarbij is het denkbaar dat de bus niet alleen stopt bij bushaltes, maar bij wijze van spreken elke straat aandoet. Je zou aan verschillende soorten tarieven kunnen denken en daar afspraken over kunnen maken. Op die manier krijg je een tarief- en kwaliteitsdifferentiatie. De busmaatschappij laat de klant meebeslissen over de prijs die hij betaalt. En faciliteert de vervoerswensen maximaal.” 
 

Dat gaat al richting persoonlijk en kleinschalig vervoer. 

“Wij zijn in dit land gewend om in hokjes te denken. Ik stel mensen weleens de vraag of ze het verschil weten tussen een taxi en openbaar vervoer. Dan antwoorden ze dat ze voor een taxi veel moeten betalen en voor een bus minder. Ze beseffen dan niet dat overheid daar zwaar aan meebetaalt. Als je het kleinschaliger gaat maken, dan gaat de vorm richting een taxi. Je ziet ook aan de andere kant dat taxibedrijven op zoek zijn naar andere concepten. De deeltaxi is daar een voorbeeld van. Of taxi’s waarvoor je binnen een gemeente een vast tarief betaalt.  Taxi’s gaan dus steeds meer richting openbaar vervoer. En OV gaat richting taxibedrijven. Het lijkt erop dat die markten naar elkaar toegroeien. Het ligt dan voor de hand om slagen te maken in het verduurzamen van de systemen. Als je futuristisch denkt, dan bestaat het openbaar vervoer over twintig jaar niet meer en dan gebruikt iedereen een zelfrijdende auto. Als je dit twintig jaar geleden vertelde dan kreeg je te horen dat het technisch onmogelijk zou zijn. Nu zijn alle technieken voorhanden. Het enige is dat wij het moeten organiseren en mensen mee moeten nemen in het verhaal en moeten laten betalen. Dat wij als provincie 70 miljoen euro aan openbaar vervoer betalen, vinden de burgers dat heel normaal. Maar als wij zeggen dat de aanleg van parkeerplaatsen voor zelfrijdende auto’s 10 miljoen euro kost, dan zijn zij nog niet bereid om dat te betalen.”
  

Wat is de rol van de overheid in die ontwikkeling? 

“Ik kan mij voorstellen dat de overheid een rol neemt in het organiseren, om misschien te voorkomen dat er op een plek vier laadstations naast elkaar komen, terwijl in een andere plaats er helemaal geen laadstation is, of onvoldoende. Of dat de overheid ervoor zorgt dat de infrastructuur naar die stations op orde is, er genoeg kabels in de grond liggen. Om die stations te bedienen. Daar houdt de rol van de overheid op. Wij beheren ook geen benzinestations. Daar ligt een rol voor de markt.”  
“Daarnaast moet de overheid goed nadenken over wat zij collectief wil financieren, en wat individueel. Wat pakken de marktpartijen op? Ik verwacht dat daar in de komende tijd nog wel verdere verschuivingen in optreden.” 
 

Elektrisch heeft dus de toekomst?

“Ik denk dat elektrisch rijden in de toekomst de gangbare manier wordt om te rijden. Dat het gaat gebeuren, daar twijfel ik niet meer aan. De vraag is alleen wanneer en in welk tempo de omschakeling gaat. Ik zou er niet verbaasd over zijn als rond 2020 EV voor personenauto’s echt van de grond komt. Ik kan uiteraard de toekomst niet voorspellen. Bij dit soort ontwikkelingen heb je een kritische massa nodig om de infrastructuur op orde te hebben. Als die goed is, dan kunnen vervolgens grotere stappen gezet worden richting een elektrische auto. Het is nu al een normaal straatbeeld dat auto’s aan oplaadpalen staan. Veel bedrijven hebben al laadpalen op hun parkeerplaats. Bij het provinciehuis van Overijssel in Zwolle hebben we nu twee laadpalen. Dat aantal wordt dit jaar verdubbeld. Ik denk dat dit aantal volgend jaar naar tien groeit. Fossiele auto’s raken uit de gratie door nieuwe wet- en regelgeving. Ik zou nu niet snel meer een dieselauto aanschaffen omdat, los van de milieunadelen, het onzeker is wat straks de restwaarde is van de auto als ik ‘m verkopen wil.” 
up
0 users have voted.

No comments